Welk beeld hebben we ervan?

Een van de weinige zekerheden die je als mens hebt in dit leven, is de wetenschap dat het leven eindig is: ooit zal je aardse bestaan voorbij zijn. Is er dan een ‘voortbestaan’ elders, een hiernamaals? En zo ja, hoe ziet dat er uit? Aan het einde van het (kerkelijk) jaar stelde Kerken rond Rijn & Gouwe aan drie mensen deze vraag.

Marietje Vreugdenhil (83) uit Koudekerk aan den Rijn is opgegroeid in een gereformeerd gezin. Het geloof en de kerk hebben altijd een belangrijke rol in haar leven gespeeld. Als kind kreeg zij vanuit haar opvoeding een duidelijk omlijnd beeld mee van de hemel en het leven na de dood. Marietje: “Toen ik elf was, overleed mijn achtjarige broertje. Aan zijn graf klonk toen het lied: Daar boven juicht een grote schaar van kind’ren voor Gods troon. En hoe verdrietig zijn dood ook was, dat gaf me toch troost: ik wist dat hij ergens naar toe ging waar het goed en veilig was.”

“Als het zover is, ben ik er nieuwsgierig naar.”

In de loop der jaren heeft zij gemerkt dat haar beeld van God en het ‘hiernamaals’ veranderde en als het ware is mee-geëvolueerd naarmate zij ouder werd en meer meemaakte. Van een concreet beeld is het opgeschoven naar een wat abstractere invulling – maar de kern bleef hetzelfde. De dood boezemt haar geen angst in, maar maakt haar verwachtingsvol: “Er vangt iets nieuws aan.”

Een paar jaar geleden is Marietjes man overleden; over het leven na de dood dachten zij in grote lijnen hetzelfde. Bij een belangrijke datum zoals zijn verjaardag wordt in gezinsverband stilgestaan, maar zijn graf bezoeken zegt haar niet zoveel. Deelnemen aan een georganiseerde en massaal bezochte lichtjesavond spreekt haar evenmin aan: “Herdenken doe ik op mijn eigen manier. Soms zie ik hem lopen in de boomgaard, of ik zit in zijn stoel.”

Hoe het hiernamaals er uitziet? “Geen idee, ik heb nooit een bijna-doodervaring gehad. Als het zover is, ben ik er nieuwsgierig naar.”

Ook voor Moo van Tol (18) uit Alphen uit den Rijn geldt dat zijn beeld van het ‘hiernamaals’ gekleurd is door zijn christelijke opvoeding: “Het klinkt een beetje als een cliché, maar bij het hiernamaals denk ik aan wolken, en een gouden hek en zo.”
Met vrienden en leeftijdsgenoten heeft hij het niet zo vaak over dit soort dingen, veel van hen hebben geen kerkelijke achtergrond. Moo wel, hij is aangesloten bij de Lichtkring en in de catechisatiegroep worden dit soort onderwerpen ook besproken. Hoewel het begrip ‘hiernamaals’ voor hem niet zo aan de orde is, vindt hij het wel leuk om erover na te denken.
Als achttienjarige heeft Moo gelukkig nog niet veel sterfgevallen meegemaakt in zijn directe omgeving; ‘gedenken’ maakt dus ook geen deel uit van zijn dagelijks leven. “Maar de laatste zondag van het kerkelijk jaar, of zo’n herdenkingsavond, dat vind ik wel een mooi ritueel”, zegt hij. “Ik kan me goed voorstellen dat meeleven voor familieleden heel fijn kan zijn.”

“Zo’n herdenkingsavond,
dat vind ik wel een mooi ritueel. ”

Dat mensen met een bijna-doodervaring echt iets hebben gezien – dat gelooft hij wel. Wát dat dan is, is twijfelachtig.
Of er een hiernamaals is, en wat er na de dood is, vindt Moo niet zo belangrijk. “Ik sta er wel voor open, hoor, het zorgt voor een veilig gevoel. Er zijn mensen die vinden dat ze goed moeten leven om later in de hemel te komen.” En na enig nadenken besluit hij: “Daar kan ik me wel in vinden – het hiernamaals als richtlijn voor het leven.”

“Nee, bij het begrip hiernamaals of hemel heb ik niet echt een concreet beeld”, vertelt Wilfred Boerefijn (44) uit Alphen aan den Rijn. “Ik stel me dat niet voor als een bepaald land, of een omgeving. Misschien meer als een soort gemoedstoestand. Nu leef ik op aarde, maar ik geloof dat ik na mijn dood bij God mag voortleven.” Dit positieve beeld associeert hij met licht, met een plek waar geen pijn is en geen verdriet.
Angst voor de dood heeft hij dus niet, maar door een sterfgeval in de nabije omgeving of door krantenberichten over aanslagen wordt hij soms wel met de neus op de feiten gedrukt. “Dan besef je: dat kan mij ook overkomen.”
Wilfred is christelijk opgevoed en heeft het geloof van huis uit meegekregen. Ook nu is hij kerkelijk actief, onder andere op muzikaal gebied, maar hij bezoekt ook weleens andere kerkgenootschappen, want: “God laat zich niet vangen in één kerk.”

“Ik geloof dat ik na mijn dood bij God mag voortleven.”

Met publieke lichtjesavonden voor overledenen, of kaarsjes aansteken, heeft hij niet zoveel. Hij herdenkt zijn overledenen eerder in gedachten, op een speciaal moment, met naaste familie.
Het beeld van een donkere tunnel naar het licht, wat door veel mensen met een bijna-doodervaring wordt genoemd, spreekt Wilfred aan. “Het donker heeft met de dood te maken, als iets waar je doorheen moet. Net zoals je aan het begin van je leven door het geboortekanaal gaat, moet je aan het eind van je leven door een ‘sterfkanaal’, om het licht te bereiken. Zo zie ik dat.”