De organisatie van de Protestantse Kerken in Nederland maakt een aantal veranderingen door. Sinds 1 mei heeft Nederland nog maar 11 classis, en in elke classis is per 1 september een classispredikant werkzaam, een nieuwe functionaris binnen de kerk. Julia van Rijn is classispredikant in de classis Zuid-Holland Noord, waarin ook de gemeenten in Alphen aan den Rijn en omgeving vallen. Op 23 september is Julia van Rijn in een mooie kerkdienst in Leiderdorp aan de classis verbonden. Zij stelt zich hier voor.

 Kun je iets over jezelf vertellen?
“Ik ben geboren in Alphen aan den Rijn, maar heb mijn jeugd doorgebracht in Mijdrecht. Na het gymnasium ging ik theologie studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daarna ben ik predikant geweest in achtereenvolgens Abcoude, Rijswijk en Amsterdam. In Amsterdam werkte ik als predikant, en de laatste jaren daarnaast als scriba van de Protestantse Kerk Amsterdam, een meer beleidsmatige en bestuurlijke functie.”

“Mijn rol is die van inspirator, trekker en iemand die kerken uitdaagt om de samenwerking te zoeken.”

Je bent classispredikant geworden. Wat houdt die functie in?
“Allereerst is het mijn taak om ruimte te scheppen voor ontmoetingen: tussen kerken onderling, maar ook binnen kerken, waar het gaat om de ontmoeting met God, en buiten de kerk met anderen in de samenleving. Jezelf laten zien als kerk, dat staat centraal. Als kerk mogen we nog meer naar buiten treden, want we hebben zo veel moois in huis. Die missionaire taak van de kerk, die vind ik heel belangrijk.

Daarnaast is het mijn taak om te werken aan ‘samen kerk zijn’. Dat houdt in: omzien naar elkaar, als kerken en gemeenten zijn we immers één lichaam van Christus. Dat mogen we blijven ervaren, ook in een grotere classis.

Mijn rol is die van inspirator, trekker en iemand die kerken uitdaagt om de samenwerking te zoeken. Dat hoef ik trouwens niet alleen te doen, maar doe ik samen met de kerkvisitatoren.”

Waarom wilde je deze functie?
“Ik ben nu 31 jaar in het ambt en heb veel pastorale en bestuurlijke ervaring opgedaan, in een dorp, in een stad en een voorstad. Iets wat goed van pas komt in mijn nieuwe functie, hoop ik. Ik zie het in ieder geval als een mooie, nieuwe stap en ik ben dan ook heel blij dat ik dit werk mag gaan doen.”

Voor wie ben je er?
“Allereerst zal ik vooral contact hebben met de predikanten in de classis en de kerkenraden. De ambtsdragers, dus. Het is zeker mijn bedoeling om alle gemeenten te bezoeken om kennis te maken. Ik ga luisteren naar de verhalen, ervaringen en wat gemeenten beweegt. Zo kan ik me een beeld vormen van wat er zich afspeelt in gemeenten, welke vragen er leven. Ik hoop zo rode draden te ontdekken waar ik beleidsmatig of pastoraal iets mee kan gaan doen.”

Hoe kunnen gemeenteleden iets van jouw komst merken?
“Ik verwacht dat ik in mijn werk niet direct zichtbaar zal zijn voor ‘gewone’ gemeenteleden, hoewel… ik zou graag willen voorgaan in de gemeenten in de classis. Dat is een mooie manier om iedereen te ontmoeten. We zijn tenslotte allemaal leden van dat ene lichaam van Jezus Christus.”

Marina Kapteyn