“Het platform met nieuws van en voor
kerkelijke gemeenten in de regio Alphen aan den Rijn.”

65 jaar dovenpastoraat in Alphen aan den Rijn e.o.

Meer uit deze categorie

Sion forever

Ineens zag ik ze overal: liefdesslotjes. U weet wel, stelletjes schrijven op een hangslot hun...

Lees meer

Dovenpastoraat 

Tijdens de gecombineerde kerkdienst (voor doven en slechthorenden) op zondag 17 oktober in de Bron wordt stilgestaan bij twee bijzondere feiten: het 65-jarig bestaan van de Interkerkelijke Commissie voor het dovenpastoraat in Alphen aan den Rijn en omstreken (IC Alphen e.o.) en het afscheid van dovenpastor Frans van Dijke. Wat doet het dovenpastoraat, hoe bereidt een tolk gebarentaal zich voor op een dienst en hoe beleeft een dove een kerkdienst? Hans Verduyn (bestuurslid IC Alphen e.o.), Lydia Vonk (tolk gebarentaal) en Hannie Duiker (doof gemeentelid) geven antwoord.

Dovenpastoraat

“Onze Interkerkelijke Commissie bestaat uit vijf leden en het zesde adviserende lid is de dovenpastor”, begint Hans te vertellen, “heel in het kort hebben wij van de plaatselijke kerken de opdracht gekregen om een goede invulling te geven aan het pastoraat onder dove mensen. Dit doen wij door het organiseren van kerkelijke activiteiten op een voor doven toegankelijke manier. Zoals de dovendiensten die om de vier weken in de Bron worden gehouden. Deze diensten zijn helemaal aangepast aan dove mensen en worden in het algemeen geleid door een dovenpastor, die naast het gesproken woord ook ondersteunende gebaren gebruikt. Daarnaast zijn er regelmatig gecombineerde diensten in andere kerken. Dit zijn aangepaste kerkdiensten: er is dan een gebarentolk aanwezig en de liederen worden lettergreep voor lettergreep aangewezen zodat ook dove mensen de liederen mee kunnen zeggen of zingen. Verder bieden wij ondersteuning bij pastorale zorg en deelname aan bijbelgespreksgroepen, bijbelcursussen en diverse andere ontmoetingsmogelijkheden.” Hans noemt zichzelf een ‘manusje van alles’ in het dovenpastoraat: “Ik doe van alles wat en probeer overal zoveel mogelijk bij te helpen. Naast de al genoemde activiteiten houden wij bestuursvergaderingen en vergaderen wij twee keer per jaar met andere Interkerkelijke Commissies met wie wij gezamenlijke activiteiten organiseren, zoals een gemeentemiddag, een uitgaansdag en de kerstviering. Verder geven wij twee keer per jaar een nieuwsbrief uit en wonen wij de jaarlijkse contactdag bij.”

Lydia: “Tijdens het tolken gaan de woorden mijn oren in en via mijn handen er weer uit”

Een goede balans

Tijdens de uitleg van Hans maakt Lydia onophoudelijk gebaren met haar handen zodat ook Hannie de uitleg kan volgen. Hannie luistert aandachtig naar de uitleg en knikt zo nu en dan bevestigend. Ze vertelt erg blij te zijn met de dovendiensten, maar ze vindt het nog fijner om een gecombineerde kerkdienst bij te wonen. “In een dovendienst mis ik heel erg het orgel”, vertelt ze, “ik ben doof geboren en pas op de kleuterschool is dit opgemerkt. Sindsdien draag ik hoortoestellen waarmee ik nu nog ongeveer drie procent kan horen. Zonder hoortoestellen ben ik stokdoof. Ik word altijd erg blij van orgelmuziek. Verder vind ik een gecombineerde kerkdienst fijn omdat je dan met lekker veel mensen in een kerk zit, dat is gezelliger.” Nu knikt Hans op zijn beurt bevestigend. “Dit hoor ik vaker, momenteel wordt een dovendienst door gemiddeld vier tot vijf dove mensen bijgewoond. Dat is dus maar een klein wereldje. Wat betreft het orgelspel: de meeste doven horen niets, voor hen is een muzikaal intermezzo een ‘overbodig’ onderdeel van de dienst. Om iedereen tegemoet te komen, proberen wij hierin een goede balans te vinden.” 

Tolken is intensief en dankbaar werk

Lydia vertelt hoe zij zich voorbereidt op een kerkdienst waarvoor zij als gebarentolk is ingeroosterd. “Van tevoren vraag ik de liturgie op, zodat ik weet welke liederen er gezongen worden en wat de schriftlezing is. Ik zoek op de website van het gebarencentrum de gebaren op van woorden die ik niet ken. Daarna probeer ik de liederen te vertalen op de manier zoals ze in gebarentaal gezongen kunnen worden.” Lydia licht toe hoe het zit met woorden waarvan zij de gebaren niet kent. “Voor veel personen die in de Bijbel voorkomen, zijn er naamgebaren. Een naamgebaar zorgt ervoor dat je snel weet om wie het gaat. Het zou ook met vingerspellen kunnen, maar dat kost veel meer tijd.” Met twee snelle gebaren tolkt Lydia de naam ‘Jezus’: middelvinger eerst in de ene handpalm, en vervolgens in de andere handpalm. “Als verwijzing naar de kruiswonden”, verklaart Lydia. “Tolken is intensief werk. Je moet goed luisteren naar wat er verteld wordt en ondertussen gebaar je de vorige zin naar de dove gemeenteleden. Tijdens het tolken, gaan de woorden mijn oren in en via mijn handen er weer uit. Maar tolken is ook vooral dankbaar werk om te doen.”

Hannie: “Zonder kerk zou ik me alleen voelen”

Abba Vader

Hannie beleeft de kerk als gemeenschap het beste in haar eigen kerk in Bodegraven. “Dan hoor ik er echt bij”, verklaart Hannie, “ik voel mij in andere kerken ook wel thuis, maar het meest toch in mijn eigen kerk. Hier kan ik ook zelf naar toe gaan, met mijn scootmobiel. Als ik naar een andere kerk ga, word ik altijd opgehaald. Ik houd ook erg van zingen, mijn lievelingsliederen zijn ‘Abba Vader’ en ‘Houd mij vast’. Na de dienst gezellig koffiedrinken met elkaar, vind ik ook fijn. Ik kan niet zonder kerk, dan zou ik mij alleen voelen.” 

Geloven in Gebaren

Op de vraag hoe ‘ideaal dovenpastoraat’ eruit ziet, antwoordt Hans: “Dat de dovendiensten en de gecombineerde kerkdiensten voor doven en slechthorenden door een grote groep doven worden bijgewoond, met aansluitend gezellig koffiedrinken met elkaar, en dat er daarnaast voldoende andere activiteiten zijn voor de doelgroep. Zij moeten contact met anderen kunnen blijven houden.” Hans vertelt dat door vergrijzing en krimp de doelgroep steeds kleiner wordt. “Het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP), het overkoepelend orgaan waarop de Interkerkelijke Commissies kunnen terugvallen, heeft daarom een beleidsplan met de mooie naam ‘Geloven in Gebaren’ opgesteld waarmee wij de komende vijf jaar aan de slag gaan. Wij volgen hierbij twee sporen: het eerste spoor is versterking en verdieping van de huidige activiteiten voor oudere doven, en het tweede spoor willen wij samen met vooral dove jongeren ontwikkelen. Waar mogelijk willen wij deze twee sporen samen laten komen: jongeren en ouderen kunnen over en weer veel van elkaar leren. Het is een mooi beleidsplan, waarmee wij graag zo succesvol mogelijk aan de slag gaan!” 

Marieke Roggeveen

Laatste berichten

Oudere berichten