Een gesprek met drie generaties Hesseling.

Lid zijn van een kerkgemeente, naar de kerk gaan, geloven. Wat betekent dit voor jongeren en ouderen? Hierover ga ik in gesprek met Henk (89), Wim (54) en Rik Hesseling (26), drie mannen uit één generatie, die allen lid zijn van de hervormde Sionskerkgemeente in Alphen aan den Rijn.

Lang leve de lol

Wij spreken elkaar in de koffieruimte van de Sionskerk aan de Meteoorlaan, waar Wim begint te vertellen dat het kerkgebouw al minstens zo oud is als zijn zoon. “Rik is dus min of meer volledig in dit gebouw opgegroeid, terwijl mijn eerste stappen nog in het oude kerkgebouw in de Hooftstraat liggen. Als kind ging ik als vanzelf met mijn ouders mee naar de kerk. Later waren er momenten dat ik stappen leuker vond dan naar de kerk gaan. Weer later ontdekte ik echter dat ik meer nodig had dan alleen ‘lang leve de lol’. Hier ging wat tijd overheen, maar toen heb ik toch weer voor de kerk en het geloof gekozen. Dit was mijn persoonlijke keuze.” Rik heeft ongeveer hetzelfde heeft ervaren: “Tot mijn veertiende/vijftiende ging ik mee met mijn ouders. Daarna zette ik mij af tegen de kerk, had ik geen zin meer in catechisatie, ging ik liever naar de kroeg en kreeg ik het druk met voetballen en gamen. Maar op een gegeven moment vond ik toch: er klopt iets niet, en ben ik mij weer iets meer in het geloof gaan verdiepen. Ik ging weer naar de kerk en vooral door middel van zingen kon ik mij meer uiten over het geloof. Ik zing nu elke eerste zondag van de maand in een band in de kerk. Soms zing je makkelijk over een tekst heen, maar er zijn meerdere liederen die mij persoonlijk erg aanspreken.”

Klompen

Henk luistert, stil genietend. Dat mijn kinderen en kleinkinderen het geloof vast hebben kunnen houden, “daar ben ik dankbaar voor…” Hij zwijgt even en vertelt dan dat hij in zijn jonge jaren elke zondag een half uur liep om naar de kerk te gaan. “Wij woonden aan de Woubrugseweg en soms was de weg zo slecht vanwege hevige regenval, dat we op onze klompen door de blubber liepen. Daar konden we natuurlijk niet mee de kerk binnenstappen. Daarom hadden we vlakbij de kerk een adresje waar we onze klompen verruilden voor onze schoenen. Na de kerkdienst gingen we meestal naar de zondagsschool en daarna weer naar huis. ’s Middags gingen we vaak naar de darbisten (Vergadering van Gelovigen). Ik weet nog dat we daar een knipkaart kregen, en met Kerst of bij het jaarfeest kregen we dan een boekje of een stukje fruit vanwege de bewezen trouw. Dat vonden we in die tijd heel bijzonder. ’s Avonds gingen we dan weer naar de kerk. Als kind waren we op zondag aardig onder de pannen, wij wisten niet beter. Daar groeide je gewoon in op.”

 

Rik: “Er komen veel leeftijdsgenoten naar de kerk, dat stimuleert om ervaringen met elkaar te delen.”

 

21+-groep

Terug naar nu, wat betekent de kerk voor hen? Wim noemt de Sionskerkgemeente: “Een hechte gemeenschap. De afkomst van de gemeenteleden is heel divers, maar we vinden elkaar in het geloof. Dat is een bepaalde beleving, iedereen is duidelijk Christusgericht, en daar gaat het toch om. Verder kent iedereen elkaar redelijk goed, daar voel ik mij goed bij.” Rik vult aan dat er ook veel jeugd in de kerk is. “Er komen veel leeftijdsgenoten naar de kerk, dat stimuleert om ervaringen met elkaar te delen. Ik zit ook in de 21+-groep die elkaar eens in de week ziet. We hebben een goede en gezellige band met elkaar. Ik vind het belangrijk dat er veel jeugd in de kerk is. Over twintig jaar vormen zij toch een groot onderdeel van deze kerk met elkaar.” Henk zegt het vooral gewend te zijn om naar de kerk te gaan, en hij heeft het Woord nodig: “Het verlangen om naar de kerk te gaan is weliswaar niet altijd hetzelfde, maar je gaat toch!”

Twijfels

Hoe geven de drie generaties het geloof ‘handen en voeten’? Op zijn werk, Wim is ambtenaar in Den Haag, maakt Wim er geen geheim van dat hij een gelovig man is. “Mijn collega’s weten dat ik elke week naar de kerk ga. Vaak heb ik vooral met moslimcollega’s mooie en boeiende gesprekken over het geloof.” Rik vindt het wat moeilijker om op zijn werk over het geloof te praten. “Ik praat er wel eens met naaste collega’s over en zij houden er rekening mee door “O, sorry” te zeggen als ze per ongeluk vloeken. Met collega’s die ook christen zijn, praat ik wel wat makkelijker over het geloof.” Henk vindt het niet makkelijk om zijn geloof uit te dragen. Hij heeft soms ook wel twijfels… “Maar die heeft iedereen wel eens. Ik ben niet opgegroeid om mij hierover te uiten.” Zoon Wim herkent deze twijfels. “Rationeel weet ik: het is goed, God is er en Christus is voor mij gestorven. Maar soms word ik ook wel eens overvallen door een gevoel, en vraag ik mij af: doe ik het allemaal wel zo goed?” Ook kleinzoon Rik heeft soms twijfels. “Als het niet zo goed gaat of je hebt een enorme rotweek gehad, dan ervaar en voel ik het geloof soms even niet, en denk ik: waar is God om mij te helpen? Maar dan hoor ik een Bijbeltekst of een mooi lied, dit hoeft maar één regel te zijn… en dat helpt mij dan weer.” Als voorbeeld noemt Rik Opwekkingslied 789 waarvan het eerste couplet luidt: “U leert me lopen op het water, de oceaan is weids en diep. U vraagt me alles los te laten, daar vind ik U en ik twijfel niet. “Als alles goed gaat, is het makkelijk om te geloven,” licht Rik toe, “maar als iets niet goed gaat, is geloven moeilijker. Ik haal dan steun en troost uit de laatste regel van het refrein: “En als de golven overslaan, dan blijf ik hopen op uw Naam. Mijn ziel vindt rust, want in de storm bent u dichtbij.”

 

Henk: “Dat mijn kinderen en kleinkinderen het geloof hebben kunnen vasthouden, daar ben ik dankbaar voor.”

 

Kern van het christendom

Alle drie zijn ze actief (geweest) in de kerk. Henk: “Ik heb vroeger voor de kerk heel veel oude kranten opgehaald en verzameld.” Rik: “Ik leid de jeugdclub van 15- tot 17-jarigen. Een moeilijke leeftijdscategorie. Met hen in gesprek gaan, is niet altijd makkelijk. Het is soms echt moeilijk om ze mee te krijgen, maar ik vind dit altijd heel leuk om te doen en voor de jongeren is het belangrijk om een groep te blijven vormen.” Wim: “Ik ben nu ouderling, daarvoor was ik koster en diaken, heb ik in diverse commissies gezeten, heb ik jeugdclub gedaan, op een koor gezeten… Als ouderling vind ik het fijn om met anderen in gesprek te gaan. Samen spreek je dan intensief over het geloof en kom je tot de kern van het christendom. Als kerkelijke gemeente kun je elkaar echt optillen. Voor mij is een kerkelijke gemeente een wezenlijk deel van het christenzijn. Het wekelijks samenzijn vind ik dan ook heel belangrijk. De kerk voelt als ‘thuis’, dit doe je met elkaar, als broers en zusters. Hier worden we elke week gevoed en vaak denk ik op zondag tijdens een preek of een lied: dat was voor mij, dit neem ik mee.”

Tijdens het laatste gedeelte van het interview klinkt in de kerkzaal naast de koffieruimte orgelspel, de organist is aan het oefenen. Mooie muziek bij een fijn en oprecht gesprek over de kerk en over geloven.

Marieke Roggeveen