Een van de redactieleden van Kerken rond Rijn & Gouwe, Rens van Doeselaar, heeft zitting in de landelijke synodevergadering van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Als lid van de synode doet hij in dit blad regelmatig verslag van kwesties waarover de synode zich uitspreekt. Seksueel misbruik in de kerk is zo’n kwestie.

In de synode van april mochten wij [de synodeleden] spreken met een werkgroep die zich had verdiept in het seksueel misbruik in de Protestantse Kerk. In 1999 was er al over gesproken in de SOW-synode en beleid vastgesteld. Nu, na 20 jaar, wil de kerk nagaan of het nodig is om het beleid hiervoor aan te passen. In november a.s. zal de synode hier weer over spreken en aan de hand van de ervaringen en deskundigheid nadere voorstellen uitwerken en goedkeuren.

Principe-uitspraken

Een principe-uitspraak voor toen en nu is: de kerk dient onomwonden te kiezen voor het slachtoffer van seksueel misbruik. Seksueel misbruik is zonde en dat dient bestreden te worden.

Een andere uitspraak is: bij seksueel misbruik gaat het om misbruik van macht, in seksuele gestalte uitgeoefend.

Als wij het hebben over seksueel misbruik, onderscheiden we:

• seksueel handelen van volwassenen jegens kinderen;

• ambtsdragers die een seksuele relatie aangaan in een pastorale relatie.

We dragen niet alleen zorg voor hen die te maken hebben (gehad) met geweld, maar dienen er ook voor te zorgen dat de eigen gemeenschap veilig is en blijft voor iedereen.

Een veilig huis

Hoe kunnen wij als gemeente een veilig huis zijn?

Bewustzijn en fijngevoeligheid

De eerste bouwsteen voor een veilig huis is bewustzijn dat er per definitie sprake is van ongelijke machtsverhoudingen in een gemeenschapsstructuur. Of we het nu willen of niet, groepsleiders, voorgangers en ambtsdragers hebben een andere positie dan andere gemeenteleden. Hoe integer die rol ook wordt vervuld en hoezeer ook met elkaar wordt omgegaan op basis van gelijkwaardigheid, de positie brengt automatisch een bepaald gezag of een zekere voortrekkersrol met zich mee. Dat heeft effect op de onderlinge communicatie: op ‘nee’ durven zeggen, op uitspreken wat je als ongemakkelijk of grensoverschrijdend ervaart in de omgang.

Taakdragers in de kerk dienen zich hiervan bewust van te zijn, en fijngevoelig te zijn in hun doen en laten. Ook mag van hen extra inzet verwacht worden om onderlinge veiligheid te bespreken.

Regels

Naast bewustzijn en fijngevoelige communicatie is het goed om als gemeente duidelijke regels en beleid te hebben omtrent de veilige omgang. Denk aan gezamenlijk opgestelde omgangsregels, het instellen van vertrouwenspersonen, een aanstellingsbeleid voor vrijwilligers en het afspreken van een gedragscode. Als er sprake is van ‘overtreding’, kan degene die zich er niet aan houdt, daarop worden aangesproken.

Omgangsregels zijn afspraken in een groep over hoe je met elkaar omgaat. Die maak je met elkaar en je houdt elkaar eraan. Het maken van omgangsregels is een activiteit die heel goed aan het begin van het seizoen of bij het starten van een groep gedaan kan worden. Die activiteit helpt de groepsleden zich bewust te worden van de verantwoordelijkheid naar elkaar en respectvol omgaan met elkaar. Als de groep van samenstelling is veranderd, ben je toe aan een herziening.

In een gedragscode staat wat de kerkenraad van de vrijwilligers en beroepskrachten verwacht, welk gedrag wel en welk gedrag niet geaccepteerd wordt. Een gedragscode is een officieel document dat door vrijwilligers en beroepskrachten bij de start van hun werk ondertekend wordt. Het verschil met omgangsregels is dat een gedragscode een vaste set regels is voor iemand met verantwoordelijkheid voor anderen: een jeugdleider, een pastoraal vrijwilliger, een crècheleidster.

Het is goed om als gemeente duidelijke regels en beleid
te hebben omtrent veilige omgang met elkaar.

Vertrouwenspersonen

Vertrouwenspersonen in de gemeente kunnen bij vermoedens van misbruik binnen de gemeente zelf iemand benaderen. Gemeenteleden kunnen bij hen terecht met hun vragen, vermoedens en meldingen. Met andere woorden, een gemeente kan of meerdere gemeenten met elkaar kunnen een vertrouwenspersoon aanstellen, met wie in vertrouwelijkheid kan worden gesproken. Deze is deskundig om eventueel nadere vervolgstappen te zetten op een juiste manier en om de ernst van een situatie te beoordelen.

Aanstellingsbeleid voor vrijwilligers

Als gemeente ben je blij met iedereen die zich voor het kerkenwerk wil inzetten. Maar kies zorgvuldig wie je inzet, zeker in het jeugdwerk. Liever één vrijwilliger te weinig dan de verkeerde. Een zorgvuldige selectie laat zien dat de gemeente het vrijwilligerswerk en het werken met minderjarigen en kwetsbare mensen in de gemeente serieus neemt. Durf ook nee tegen iemand te zeggen.


Hoe kom je erachter?

Mensen komen niet snel uit zichzelf met hun gevoelens van onveiligheid of seksueel misbruik. Als ze het al aandurven om er iets over te vertellen, bijvoorbeeld in een pastoraal gesprek, dan dient de predikant of pastoraal vrijwilliger daar goed op te reageren. Anders voelt het gemeentelid zich niet gehoord, niet begrepen en niet erkend en zal hij of zij niet gauw opnieuw iemand in vertrouwen nemen. Hoe kom je er dan achter of mensen in onveilige situaties zitten? Dat vraagt grote fijngevoeligheid en afstemmen op de ander. En het vraagt soms om zelf het gesprek te openen.

Signalen

In de gemeente kan een ‘niet-pluisgevoel’ ontstaan bij een gemeentelid of ambtsdrager. Een paar voorbeelden:

• Iemand is stiller in bepaald gezelschap dan gebruikelijk.

• Iemand is schichtig of angstig in het gezelschap van een specifieke ander.

• Iemand wil niet meer met een activiteit meedoen en wil niet aangeven waarom.

• Iemand wil niet meer met een persoon te maken hebben en wil niet aangeven waarom.

• Iemand krijgt erg veel aandacht van iemand met een specifieke taak in de gemeente.

• Iemand zondert zich regelmatig af met een ander gemeentelid.

• Iemand wil graag alleen de crèche of een andere kinderactiviteit leiden.

Dit kunnen signalen zijn dat er grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Het kan ook iets anders betekenen.

Wat doet de synode?

De synode dient zich bezig te houden met de juiste bescherming van dader en slachtoffer(s) en hoe dit is te verantwoorden in de kerkorde en de bevoegde colleges. Vragen die zich daarbij voordoen, zijn onder meer:

• Moet er een apart college komen die zich over deze kwesties buigt?

• Kunnen wij als synode wel de juiste deskundigen vinden die daarin plaatsnemen?

• Of: is het huidige beleid afdoende?

• En: moeten wij de gemeenten op dit gebied nog beter inlichten?

Dat de kerk op alle niveaus beleid moet maken over seksueel misbruik, is zonder meer duidelijk. In november vergadert de synode hier verder over.

Rens van Doeselaar,
Missionair ouderling Hervormde Gemeente Hazerswoude-Dorp
Synodelid Protestantse Kerk in Nederland