Als pastor kom je met veel mensen in contact en bouw je relaties met hen op. Een kerkelijke gemeente is fijnmazig wat die relaties betreft. Dit is zo gegroeid. Mensen kennen mensen. Sommigen nemen weer vrienden mee. Anderen komen langs in een zondagse dienst om te voelen of die kerkelijke gemeente iets voor hen is. Mensen kunnen blijven, de sfeer spreekt hen aan, of zij gaan weer verder en zoeken een andere gemeente. Maar een kerkelijke gemeente leeft door de onderlinge relaties tussen mensen. Niet dat al die relaties soepel lopen, om het maar zo te zeggen. Sommigen gaan weer makkelijker met elkaar om dan anderen. Maar al die mensen komen wel bij elkaar in een zondagse dienst. Telkens weer.

 

De kerkelijke gemeente is een fijnmazig netwerk van relaties

 

Toen ik nog geen predikant was, werkte ik een dag in de week in een verzorgingshuis als, zoals dat toen werd genoemd, bijstand in het pastoraat. Ik ging bij mensen in het huis langs die aangesloten waren bij de (toen nog) hervormde kerk. Elk bezoek weer was het opbouwen van een relatie. Vooral wanneer er weer nieuwe bewoners waren. In het begin was ik verbijsterd over het vertrouwen dat ik al in een eerste contact ontving. Voor hen was ik de dominee, een nog hele jonge dominee ook (begin jaren 90).

Soms ontstaan relaties op de meest vreemde wijze. Zo belde ik eens bij een mevrouw aan. Na een moment ging de deur open. Direct nadat ik had verteld dat ik pastoraal werker was, sprak deze mevrouw in zeer korte bewoordingen: ‘Ik kots van godsdienst.’ Woorden die ik nooit meer zou vergeten. Hoe het kwam, geen idee, maar ik reageerde met de woorden, ‘hoe komt dat mevrouw?’ En…zij deed de deur open met de woorden: ‘dat is een heel verhaal, komt u binnen’. Ik snap nog steeds niet dat dit gebeurde. Het werd een waardevol bezoek. Bij nader inzien vraag ik mij nog steeds af hoe het kwam dat ik zo reageerde. Misschien had ik op een ander moment het beginnende gesprek gelijk afgebroken en was ik verder gegaan. Maar nee. Op zo’n vreemde manier ontstond ook een contact. Soms zijn Gods wegen echt ondoorgrondelijk, denk ik maar.

Paul van Dijk