Ds. Rinze Nieuwenhuis gepromoveerd

Op 23 mei jl. verdedigde Rinze Nieuwenhuis (1940) aan de Universiteit van Amsterdam zijn proefschrift Leven in verwachting van de komst van Christus. Met succes, zodat hij voortaan de titel ‘doctor in de Geesteswetenschappen’ mag voeren. Voor zijn dissertatie deed emeritus-predikant Nieuwenhuis (van 1982 tot 2002 verbonden aan de protestantse gemeente Oudshoorn-Ridderveld in Alphen aan den Rijn) onderzoek naar de uitleg en het gebruik van Paulus’ teksten over de (weder)komst van Christus in 1 Tessalonicenzen in preken. In een boeiend gesprek met Rinze leerde Kerken rond Rijn & Gouwe meer over deze studie.

Onderzoeksvragen

Aangenomen wordt dat de apostel Paulus rond het jaar 50 na Christus Tessalonica bezocht, destijds een belangrijke havenstad, in huidig Grieks Macedonië. Zijn eerste brief aan de Tessalonicenzen (die zich recentelijk hadden bekeerd tot het christendom) bevat zowel troostende als vermanende woorden, en roept op tot deugd en waakzaamheid. Paulus geeft daarbij sterk blijk van een apocalyptisch wereldbeeld: het geloof in een nieuwe schepping, die deels reeds is aangebroken door de dood en opstanding van Christus maar pas voltooid zal worden door zijn terugkeer.

Inmiddels zijn we zo’n 2000 jaar verder en wordt de wederkomst van Christus nog steeds verwacht. Hoe kun je als voorganger preken over de komst van Christus en de toekomst van doden en levenden daarbij, in een wereld waarin de dood steeds onbarmhartiger toeslaat? En hoe wordt in onze moderne tijd, die qua taal en wereldbeeld totaal anders is dan toen, gepreekt over de apocalyptische teksten van Paulus in 1 Tessalonicenzen? Om die laatste vraag draait het voornamelijk in het promotie-onderzoek van Rinze Nieuwenhuis.

Structuur

“Deze teksten van Paulus hebben mij altijd geïntrigeerd”, legt Rinze Nieuwenhuis uit, “hoewel ik moet bekennen dat ik er zelf ook niet vaak over gepreekt heb. In 1999, tijdens een studieverlof, maakte ik al wel eens een werkstuk over de apocalyptiek (‘openbaringsliteratuur’) die je hier aantreft. Na het overlijden van mijn vrouw Dinie in 2007 ben ik serieus met het onderwerp aan de gang gegaan.”

Hij benaderde een hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam, die hem waardevolle suggesties deed, en zo mondde een en ander al spoedig uit in een heus promotie-onderzoek. Een enkele keer dreigde dit te breed te worden, maar dan zorgden zijn promotores (begeleidende hoogleraren) voor de nodige inperking.

Rinze: “Een tijd lang lag mijn studie stil, tijdens de ziekte en rond het overlijden van mijn zoon Aldert (2013). Daarna heb ik het echter weer opgepakt; het werken eraan gaf structuur en invulling aan mijn dagen, en dat heeft mij veel geholpen in die tijd.”

Analyse van de preken

“Om aan preken te komen voor mijn onderzoek, benaderde ik landelijk 24 predikanten, van uiteenlopende (protestantse) achtergrond; PKN-breed, dus’, vertelt Rinze Nieuwenhuis. “Uiteindelijk selecteerde ik 17 preken, die ik vervolgens heb geanalyseerd.”

Hij bekeek ze op de volgende punten: hoe komt in de preek de toekomst ter sprake, en hoe komt verbinding met de betreffende Bijbeltekst tot stand? Welke rol speelt de apocalyptiek? Hoe wordt de context van de tekst verbonden met het nu? En hoe worden in de preek begrippen zoals troost, waarschuwing en vermaning behandeld?

Nieuwenhuis ontdekte dat de achtergrond van een predikant in sterke mate bepaalt hoe hij over

1 Tessalonicenzen preekt. Een vrijzinnige dominee gaat bijvoorbeeld anders met die tekst om dan een ‘fundamentalistische’, legt andere accenten en verbanden. Bovendien wordt in de onderzochte preken zeer verschillend omgegaan met exegese (tekstuitleg) en apocalyptiek. Paulus’ vermanende woorden brengt de ene predikant in verband met het laatste oordeel, terwijl de ander ze op ethische wijze verklaart. Over het aspect van hoop, troost en uitzicht in Paulus’ woorden wordt vooral gepreekt op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, wanneer de overleden gemeenteleden herdacht en genoemd worden.

“Deze studie is voor mij ook
een persoonlijke zoektocht geweest
naar antwoorden op vragen
over leven en dood.”

Relevantie

De studie waaraan Rinze Nieuwenhuis in totaal zo’n acht jaar heeft gewerkt, resulteerde uiteindelijk (na veel schrijven, schrappen, corrigeren en herschrijven) in een lijvig proefschrift van ruim 300 pagina’s. Op basis van grondig onderzoek toont hij hierin overtuigend aan dat preken over 1 Tessalonicenzen anno 2018 nog steeds relevant is. De tekst kan bemoediging, hoop en perspectief bieden, en een bron van inspiratie zijn – misschien wel juist in deze tijd, waarin op het gebied van geopolitiek, migratie en klimaat ongekende veranderingen (gaan) plaatsvinden.

Rinze: “En net als de pas bekeerde christenen in Tessalonica vragen ook wij ons af: ‘waar zijn onze doden? Wanneer en hoe zullen wij hen terugzien?’ Paulus’ apocalyptische woorden bieden de Tessalonicenzen (en ons!) hoop. Zijn boodschap: God laat de doden niet verloren gaan, maar geeft hen een toekomst samen met de levenden in verbondenheid met Christus.”

Hij besluit: “Ondanks hun vreemdheid kunnen apocalyptische teksten wel degelijk betekenis hebben voor nu, daarom is het zinvol om erover te preken.”

De allerlaatste zin van zijn dissertatie luidt dan ook: “Preken over deze teksten kunnen gelovigen helpen te vertrouwen op een God die alles nieuw maakt.” In dat opzicht is deze studie voor hem persoonlijk ook een zoektocht geweest naar antwoorden op vragen over leven en dood.

Rokkostuum

En toen brak het moment van de promotie aan, in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam. “Het ging eigenlijk best lekker!” vertelt Rinze, als hij terugkijkt op die dag. “Het begon met het zogenoemde lekenpraatje, waarbij ik in tien minuten mijn onderzoek mocht uitleggen aan het publiek.” Daarna werd hij gedurende drie kwartier stevig ondervraagd door de leden van de promotiecommissie. “Ze legden me het vuur na aan de schenen, maar het waren oprechte discussiepunten, en ik zat er goed in. Ik vond het bijna jammer toen het tijd was!”

Nieuwenhuis werd tijdens de verdediging van zijn proefschrift letterlijk bijgestaan door zijn twee dochters, die fungeerden als paranimfen. “Maar al die jaren hebben ze me op de achtergrond enorm gesteund.”

Voor de gelegenheid had hij, bij Hoppezak in Leiden, een rokkostuum gehuurd. “Toen ik dat kwam ophalen, gaven ze me nog bijna het verkeerde mee!” Dat kwam gelukkig goed, en met een drukbezochte receptie na afloop en vervolgens een lunch met intimi, werd het een lange, maar onvergetelijke dag.

Carien Mensink-Ferguson