Ik hoor geen fluit in de Adventskerk. Klopt dat?

37 jaar na de vorige grote restauratie, en daags na het laatste wensconcert op 19 januari 2020 is de firma Elbertse Orgelmakers BV uit Soest gestart met de algehele restauratie van het Steinmeyer-orgel (1922) in de Adventskerk. U leest het goed: het orgel is bijna een eeuw oud.

De restauratie wordt begeleid door adviseur prof. Hans Fidom (bijzonder hoogleraar Orgelkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam). Hij heeft een grondig rapport geschreven van waaruit de orgelrestaurateur goed kan werken.

Voor u als lezer is het vast wel interessant wat er nu gebeurt, zoals me dat ook wel leuk voor de leek leek. Voor dit artikel had ik daarom een telefonisch gesprek met orgelbouwer/bedrijfsleider Hans Elbertse en een digitaal gesprek met Simon Stelling, die het orgel misschien nog wel beter kent dan zijn spreekwoordelijke broekzak. Een kijkje achter de schermen van dit bijzondere restauratieproject.

Vragen aan Hans Elbertse

Waarom doet een restaurateur dit werk? Hoe bent u ertoe gekomen?

“Dit is een mooi voorbeeld van een vader-op-zoon-bedrijf. De firma Elbertse bestaat ruim 100 jaar. Mijn opa Jan Elbertse begon destijds als jongste leerling bij de beroemde orgelbouwer Maarschalkerweerd en klom daar op tot meesterknecht. Nadat Michael Maarschalkerweerd in 1915 overleed is mijn grootvader daar weggegaan en voor zichzelf begonnen, maar wel altijd blijven samenwerken met de dochter/opvolgster van Maarschalkerweerd.”

Opa Elbertse gaf het stokje door aan zijn zoon Jan jr. (de vader van Hans), die het bedrijf door de moeilijke jaren rond en in de oorlog loodste. Kleinzoon Hans (1951) leidt nu al jaren de orgelmakerij en inmiddels is ook de vierde generatie (zoon Jos) al ruim tien jaar in het bedrijf werkzaam. Zo doet Jos het onderhoud aan het orgel in de Brugkerk in Koudekerk. De orgelmaker richt zich vanaf het einde van de tachtiger jaren van de vorige eeuw meer en meer op restauraties van historische instrumenten, vaak monumenten. Theo, de broer van Hans, is in de orgelwereld een zijweg ingeslagen en leidt de bekende pijpenmakerij Jacques Stinkens in Zeist.

Wat is er voor jullie bijzonder aan dit restauratieproject?

“Dit is een groot pneumatisch orgel en daar zijn er meer van, maar dit Steinmeyer-instrument springt er zeker uit in kwaliteit en schoonheid. Veel pneumatische orgels zijn in de loop van de afgelopen eeuw alsnog mechanisch gemaakt of elektrisch omgebouwd, en daar is dit instrument bewaard voor gebleven.

Pneumatiek is een ingewikkeld systeem. Er zijn niet veel bedrijven meer die dit soort orgels kunnen onderhouden en restaureren. Dit orgel was erg vervuild waardoor op verschillende plekken windlekkage ontstaan is. Het winddicht maken is dus waar het grotendeels om draait. Er wordt veel schoongemaakt, waardoor de klepjes beter sluiten. Op een paar plekken is zelfs houtworm aangetroffen.”

Tja, houtworm houdt van hout, hij vindt het lekker en daardoor wordt het lekke orgel nog lekker. Nou, lekker dan! En verder?

“Het gehele pijpwerk wordt schoongemaakt en waar nodig hersteld. Alleen al door het verwijderen van het stof, dat zich in de loop van de tijd vastgezet heeft, gaat de wind weer stromen zoals bedacht is en klinkt de pijp daardoor weer zoals-ie klonk toen-ie nieuw was.

Ook alle pneumatische functies worden hersteld, en nu wordt het wat technisch, maar voor de geïnteresseerden toch maar even:

  • de Taschen worden opnieuw beleerd (zie foto 1). Dat zijn kleine balgjes, één voor elke pijp, die wind doorlaten als je de bijbehorende toets indrukt. Door het winddrukverschil kun je zo op afstand even een klepje openzetten. Bij mechanische orgels gebeurt dat door middel van mechanieken die de ventielen openen.
  • de membranen (leren zakjes waarvan het leer grotendeels versleten is) worden vernieuwd.”

Klinkt wat belerend misschien, maar je leert er altijd van.
Ik vermoed dat de leermeester dit doet, die heeft ervoor doorgeleerd. Zijn leerlingen leren daar weer van.

“Het gaat erom dat het orgel winddicht wordt gemaakt, waardoor de pijpen beter aanspreken en de registerbediening weer optimaal wordt. Want ook de registers van pneumatische orgels zijn van wind afhankelijk.”

Is er iets bij Steinmeyer-orgels anders dan bij andere pneumatische orgels? Moeilijker, lastiger of juist handiger?

“Nee, elk orgel heeft z’n eigen kenmerken. Elke bouwer doet het net weer een beetje anders. Het bijzondere is de eigen Steinmeyer-makelij, maar vooral de Steinmeyer-klank.”

Jullie doen een deel van het restauratiewerk in Soest in de werkplaats, sommige werkzaamheden ter plaatse in de kerk. De kas (ombouw) kun je niet meenemen, dat snap ik, maar wat gebeurt er nog meer in de kerk zelf?

“In de kerk zelf herstellen we de beschadigingen, stemschade, scheuren, deuken en wordt er veel schoongemaakt. In een lege orgelkas kun je overal veel beter bij (zie foto 2).

De speeltafel, de pneumatische schakelapparaten en alle pijpwerk, ook die grote 16-voeters, zijn allemaal mee naar de werkplaats in Soest, omdat we daar de ruimte en de middelen hebben om alles goed te kunnen herstellen en we bovendien zo veel reistijd besparen.”

Werkt de coronacrisis nog belemmerend voor jullie of hebben jullie daar niet veel last van?

“Het lopende werk gaat goed, we zijn op schema. Voor toekomstige opdrachten zijn kerken nu wat terughoudend. Maar daar hebben we allemaal mee te maken in deze tijd.”

Wat merken kerkgangers straks van de restauratie: gaan we het horen?

“Ja, het instrument gaat helderder, frisser klinken. En het spreekt sneller aan: bij het indrukken van een toets duurt het altijd een fractie van een seconde voordat de toon klinkt. Die tijd wordt nog wat korter. Maar dat merkt eigenlijk vooral de organist.”

Vragen aan Simon Stelling

Wat betekent deze restauratie voor jou, voor jouw werk?

“Het betekent wat voor mijzelf, maar ook voor het hele Nederlandse orgelbezit. Ik heb me mijn hele werkzame leven ervoor ingespannen dat dit orgel in authentieke staat zou blijven. In het begin haalde de orgelwereld daar zijn neus voor op, maar de belangstelling voor symfonische (orkestrale) orgels is er nu weer volop. Zo is ook pas in Berlijn ditzelfde gebeurd bij het Steinmeyer-orgel van de Corpus Christi kerk.”

De voorgeschiedenis: het orgel werd van lieverlee slechter, waar liep je tegenaan?

“Om de zoveel tijd moet zoiets gebeuren. Stofafzetting is een groot probleem. Je kunt niet stoffen of stofzuigen tussen al die pijpen en pijpjes door – veel te kwetsbaar. Dus het hele orgel moet leeggehaald worden.”

Heb je nog te maken met enig landelijk instituut dat jullie voorschrijft wat je wel en niet mag doen?

“Nee, zo gaat dat gelukkig al jaren niet meer.”

Op enig moment heeft de kerk besloten een adviseur in de arm te nemen en kwamen jullie bij Hans Fidom uit.

“Ja, een professor hè! Ik kende hem al langer; hij is gespecialiseerd in dit orgeltype. We vullen elkaar goed aan, hij met zijn omvangrijke kennis en ervaring, en ik ken dìt instrument natuurlijk als geen ander.”

Volgens mij heb je de mankementen tot op het laatst weten te verbloemen door om de haperingen heen te spelen. Je wist natuurlijk precies welke toon of welke stem het niet of niet goed deed en zo kon je je redden. Of niet?

“Dat klopt. Ik heb nog wel eens met een stukje karton een noodreparatie uitgevoerd.”

En toen kwam corona …

“Eigenlijk komt de timing van de restauratie goed uit, noem het een geluk bij een ongeluk. Er zijn nu twee redenen waarom ik geen diensten kan spelen, haha.”

Hoe gaat deze restauratie voor jou straks het verschil maken? Wat wordt er anders?

“Het instrument zal veel beter bespeelbaar zijn. Ik hoef geen storingen meer te verhelpen, ga er zeker weten met veel meer plezier op spelen. Vooral van de klank heb ik hoge verwachtingen.”

Als alles volgens plan verloopt, wordt het instrument eind oktober weer in gebruik genomen. Dat kon wel eens heel anders lopen. Denk je al over een alternatieve manier van inwijding?

“Aanvankelijk hadden we grote plannen, maar in overleg met ‘de Vrienden van de Adventskerk’ zal het aangepast moeten worden. Wellicht zoiets als nu de pianoconcerten op zaterdagmiddag.”

Wat kunnen mensen zelf bijdragen?

“De actie “Adopteer een pijp” heeft ruim € 38.000 opgeleverd. Met een aantal fondsen erbij is er in totaal al bijna € 90.000 binnen, dat is geweldig. Maar we zijn er nog niet. Dus nog steeds is iedere gift van harte welkom op NL37 RABO 0307 8964 98 t.n.v. Stichting Vrienden van de Adventskerk o.v.v. orgelrestauratie. Kijk ook eens op vriendenvandeadventskerk.info/orgelactie.

Aldus geregistreerd en getoetst door Chris van der Ouw