Op een zondagmiddag in maart reizen leden van de protestantse gemeente te Koudekerk aan den Rijn en Hazerswoude-Rijndijk naar Leiden. We bezoeken de synagoge aan het Levendaal en hopen meer te weten te komen over Joods leven in Nederland vandaag.

Tot onze verrassing worden wij door een dorpsgenoot (uit Hazerswoude-Rijndijk) ontvangen in zijn sjoel. Ronald Nyhout is een man met veel humor. Maar uit zijn verhalen blijkt ook hoezeer hij zijn geloof serieus neemt. Nyhout en zijn vrouw houden op sjabbes werkelijk rust. De sabbat begint op vrijdagavond na zonsondergang met het sabbatsmaal. Daarna is het tijd om met vrolijk hart, vooral als de sabbatswijn goed was, te bensjen (van het Latijnse benedicere = zegenen). Volgens Nyhout valt tijdens het zingen van de lofzangen voor de sabbat alle drukte van de voorbije week van hem af. De vaatwasser wordt pas 24 uur later ingeruimd als de sjabbes voorbij is. Veel orthodox-joodse huishoudens tellen twee aparte aanrechten zodat melkproducten en vleesproducten niet met elkaar in aanraking komen. De Nyhouten hebben hun ijskast zo ingericht dat melk en vlees gescheiden blijven. Volgens de Thora ‘mag je een bokje niet koken in de melk van zijn moeder’ (Exodus 23:19). Nyhout legt uit dat de Bijbel ons met deze regel eerbied voor het leven wil leren. De Eeuwige, geprezen zijn Naam, staat het ons toe om bepaalde dieren te eten. Maar wie vlees klaarmaakt in de melk die eigenlijk is bestemd om een jong dier te voeden met leven, is te cynisch bezig. Nyhout vertelt over de geschiedenis van de synagoge. Al in 1723 wordt in Leiden een sjoel gebouwd. Het gebouw wordt verschillende malen gerenoveerd. De zwartste bladzijden van het verhaal worden geschreven in de jaren 1940-1945. De sjoel wordt door de nazi’s gebruikt als garage en (over cynisch gesproken) als varkensslachterij. 85% van de leden van de gemeente keert niet terug uit de kampen… Na de oorlog wordt de synagoge opnieuw ingericht met het liturgische meubilair van een niet meer heropende sjoel uit Den Haag. Anno 2019 is de Joodse Gemeente Leiden niet groot meer. Emigratie, vooral naar Israël, en secularisatie hebben de gemeenschap verder doen krimpen. Toch lukt het meestal net om op sjabbes de minjan bijeen te krijgen. Dat is het minimumaantal van tien Joodse mannen nodig om een dienst in de synagoge door te kunnen laten gaan.

De sjoel doet een beetje denken aan een protestantse kerk: witte muren, houten banken en een galerij. Op die galerij zitten tijdens de diensten de vrouwen gescheiden van de mannen. Twaalf ramen herinneren aan de twaalf stammen van Israël. En er is een lampje dat eeuwig brandt om de overledenen te gedenken. Opvallend anders in het interieur dan in onze kerken: (1) De diverse met Hebreeuwse letters geschreven teksten. (2) De bima midden in de synagoge. Dat is de plek waar uit de Thora wordt voorgelezen. (3) De aron hakodesj of heilige ark op de plek van de preekstoel in een protestants godshuis. De ark is gericht naar het oosten: naar Jeruzalem. In de ark, een grote kast, wordt het meest heilige bewaard dat in de synagoge te vinden is: de perkamentrollen met daarop in het Hebreeuws de woorden van de Thora, woorden van de Eeuwige zelf. Belangrijkste moment tijdens een viering in de synagoge is als die woorden klinken. Kunnen alle gemeenteleden het Hebreeuws verstaan? Nyhout vertelt dat Joodse kinderen tijdens Joodse les de basisbeginselen van de taal van de Bijbel meekrijgen. Dat wil niet zeggen dat ze later vlot Hebreeuws kunnen lezen of spreken. Wel dat ze de taal goed genoeg beheersen om, met een Nederlandse vertaling ernaast, te kunnen volgen wat er gezegd wordt. Tijdens de dienst in de sjoel wordt er ook gebeden en gezongen. Dat laatste zonder orgel of ander instrument. Een instrument bespelen is immers werken. En dat mag niet op de sabbat. Wel is er een chazan of voorzanger die met zijn stem de gemeentezang draagt. De diensten gaan al eeuwenlang op dezelfde manier. Ook al in de dagen van Josjoea, die christenen beter kennen als Jezus.

Wat betekent het voor het leven van alledag om Jood te zijn? Volgens Nyhout gaat het erom dat je probeert te leven zoals je Schepper van je verwacht. En wat Hij van ons verwacht is vastgelegd in de 613 ge- en verboden van de Thora. Wie zich verdiept in die eeuwenoude regels zal volgens Nyhout ontdekken dat ze verrassend actueel zijn. Nyhout heeft die regels bestudeerd, maar kan ze niet allemaal uit het blote hoofd opdreunen. Wel heeft hij op zijn smartphone een handige app. Hij hoeft maar een onderwerp in te tikken, zoals ‘zaken doen’ of ‘seks’, en de toepasselijke bijbelse voorschriften komen in beeld. Toch kan het volgens Nyhout ook zonder app. Ons geweten vertelt ons vaak ook wat goed en wat fout is in de ogen van de Eeuwige.

“Het gaat erom dat je probeert te leven zoals de Schepper van je verwacht.”

Heeft ook de Joodse gemeenschap in en rond Leiden te maken met weer toenemend antisemitisme? Ronald Nyhout vertelt dat wie een dienst in de sjoel wil meemaken zich van tevoren moet aanmelden en dat zijn achtergrond wordt nagetrokken. Mesjogge, vindt hij, dat dergelijke veiligheidsmaatregelen vandaag de dag nodig zijn. Eeuwen van antisemitisme hebben het Joodse volk aldus Nyhout strijdbaar gemaakt. Hij verheugt zich al op het poerimfeest. Dan viert Israël hoe de Joodse Hadassa of Ester de grote Jodenhater Haman te slim af is. Nyhout laat een ratel zien en horen waarmee op het poerimfeest, steeds als tijdens het lezen van het verhaal van Ester de naam Haman valt, een ‘klereherrie’ wordt gemaakt. Uit het verhaal van Nyhout spreekt de kracht van een klein volk. Over de hele wereld verspreid heeft het toch vast kunnen houden aan zijn bijzondere band met de Ene en aan zijn unieke tradities. Als protestantse bezoekers uit Koudekerk en van de Rijndijk beseffen wij weer hoeveel de kerk aan dit kleine maar sterke volk te danken heeft. Wij hebben de bijbelse verhalen die ons inspireren van hen ontvangen. In de synagoge liggen ook de wortels van onze kerkdiensten. En het was een Joodse Rabbi door wie wij hebben leren begrijpen hoe liefdevol de Eeuwige is.

Het was leerzaam en waardevol om naar de Leidse sjoel te gaan!

Ds. Willem Biesheuvel