De coronacrisis vraagt veel van de samenleving, dit geldt ook zeker voor (kerk)musici die in de afgelopen coronatijd hun werk niet (volledig) hebben kunnen doen. Dit zal niet altijd eenvoudig zijn geweest: hoe hebben zij deze periode ervaren? Was er bepaalde muziek die hen door deze tijd heeft geholpen, en hoe dan? De redactie van Kerken rond Rijn & Gouwe vroeg dit aan enkele gemeenteleden uit verschillende kerken.

Cantor Riet de Vlieger (Goede Bron) vertelt dat ze vanaf het begin dat de vieringen in de Bron digitaal werden uitgezonden als cantor betrokken was bij de voorbereidingen. “Zo heb ik in de voorbereidingstijd voor Pasen gezocht naar passende opnames op YouTube, die we zouden kunnen gebruiken voor de vieringen op Witte Donderdag, Goede Vrijdag en de Paaswake. Daarnaast hebben we binnen onze gemeente toegang tot de geluidsopnamen van hele jaargangen kerkdiensten. Er is een lijst opgesteld van liederen die in diensten met onze cantorij zijn gezongen. Ook hiervan zijn opnamen gebruikt in de onlinevieringen, waarbij mooie afbeeldingen en de teksten van de liederen op het beeld werden vertoond. Het blijft een dubbel gevoel om volle kerken met koren, orgel en orkest te tonen, terwijl we allemaal thuis moesten blijven. Hoe dankbaar was ik daarom voor mooie opnames in kleinere bezetting. Nu er weer livediensten worden gehouden en de kerkgangers nog niet mogen zingen, kunnen we als cantorij bijdragen door in zeer kleine bezetting (maximaal zes mensen) liederen te zingen tijdens de vieringen. Dit brengt voor alle partijen een positief effect met zich mee: de liederen klinken, de toon van de gemeente wordt verklankt, en er is een welkome afwisseling tussen gesproken woord en muziek. Als cantorij hebben we contact met elkaar onderhouden via e-mails (hoe is het met je?). Daarnaast hebben we een paar Zoommeetings georganiseerd, die erg leuk waren om bij te wonen. Zo konden we iets van de verbondenheid die we met elkaar ervaren levend houden. Moesten we maar snel weer eens doen…”

“Als ik op 1 januari bij de traditionele nieuwjaarswens gezegd zou hebben dat vanaf half maart over de hele wereld een virus zou woekeren met ongekende gevolgen, zou iedereen mij voor gek hebben verklaard,” verklaart organist Simon Stelling, “toch is het zo ver gekomen. Gelukkig kan ik zeggen dat noch ikzelf noch mensen uit mijn directe omgeving ernstig ziek zijn geweest vanwege het coronavirus. Daar ben ik heel dankbaar voor. Mijn koren mochten niet repeteren, en het is nog maar de vraag of dit na de zomervakantie weer veilig kan. Ook koorconcerten geven met veel publiek zal waarschijnlijk nog een brug te ver zijn. Kerkdiensten werden alleen online gehouden, en pas sinds juli weer met een beperkt aantal mensen. De Alphense Orgelzomer en het Requiem van Kim Arnesen door Kamerkoor Cantabile werden afgelast. Als muzikant is het belangrijk direct contact te hebben met je luisteraars. Tijdens de zogenaamde ‘Stoepjesconcerten’ die ik samen met de Stichting Vrienden van de Adventskerk organiseerde, zaten zij buiten op de stoepen van de kerk. Mijn piano- en orgelstudenten kregen eerst onlineles en later op afstand in de Adventskerk en de Maranathakerk. Een wonderlijke samenloop: vanwege de grote restauratie, die precies tijdens de coronacrisis valt, was het Steinmeyer-orgel dit jaar tóch niet te horen geweest. Ik kijk enorm uit naar de ingebruikname van het orgel, eind oktober. Het geplande grote Orgelfestival zal echter in zeer afgeslankte vorm en met beperkt publiek kunnen plaatsvinden. Ik maak mij verder grote zorgen hoe het met het culturele leven verder moet: het zal nog heel lang duren voor we in het Concertgebouw een grote symfonie van Mahler zullen kunnen horen, of een musical in het theater.”

“Tijdens de zogenaamde ‘Stoepjesconcerten’ die ik samen met de Stichting Vrienden van de Adventskerk organiseerde, zaten mijn luisteraars buiten op de stoepen van de kerk”

“Muziek kan helpen,” begint gemeentelid Frans Postma (Goede Bron) te vertellen, “het heeft mij laten zien dat kunst ertoe doet en alles in een ander, nieuw licht kan zetten.” Hierbij doelt Frans op zijn ervaringen na het lezen van Jan Caeyers’ biografie over Beethoven. In vogelvlucht vertelt Frans over het leven van Beethoven en over de muziek die hij heeft gecomponeerd. “Als zeer getalenteerde pianist wenste Beethoven carrière te maken. Tijdens de toenmalige tyfusepidemie voltrok zich echter een stille tragedie in zijn leven: hij werd doof. Hierdoor was hij niet meer in staat om zijn carrière voort te zetten en wierp hij zich noodgedwongen op het componeren van grotere werken. Een gedwongen ascese en een bijzondere zegen!” Met het Griekse woord voor Opstanding ‘Anastasis’ omschrijft Frans de latere werken. “Op YouTube vond ik een uitvoering van de grote ‘Missa Solemnis’ Opus 123 met de dirigent Bernstein. Het stuk is met geloof muzikaal doordacht. Beethoven doorgrondde de teksten van de mis, zag de wisselingen tussen tijd en eeuwigheid en de relaties tussen hemel en aarde, en de verzoening die het werk van Jezus de Messias tot stand brengt. Geloven was voor Beethoven een persoonlijke zaak. Hij bracht de liturgie naar de concertzaal voor iedereen. De vraag is: wat hebben wij ermee en is dat opbouwend? Ik hoop wel dat het een stimulans is en dat de geplande evenementen volgend jaar nog komen.” Frans sluit af met een herinnering: “Eén troost heb ik nog steeds als ik denk aan die prachtige witte en transparante sluiers bij het gekleurde venster in de Goede Herder Kerk, van twee jaar terug… Komen we dan toch weer samen? Als dat weer kan? Om de pandemie en de crisis die die veroorzaakt heeft, vierend te verwerken?”

Kerkorganist Sybren Brons vertelt dat er voor hem in de thuissituatie niet veel veranderde maar dat hij wel de wekelijkse speelbeurten in de kerk heeft gemist. “Een paar keer heb ik in een gemeente buiten Alphen onlinediensten gespeeld waar enkele gemeenteleden als zangers fungeerden: bijna als normaal. Daarnaast heb ik nog muziekles en dat ging tijdens de coronatijd gewoon door (wel met gepaste afstand). Muzikaal gezien heb ik dus niet erg veel last gehad van de coronatijd. Wel is het zo, dat toen er weer kerkdiensten met publiek konden worden gehouden, ik meer koraalbewerkingen van lofzangen heb gespeeld, waardoor ik met muziek/orgelspelen iets van mijn eigen gevoel heb kunnen laten blijken.”

“De enkele momenten waarop ik als voorganger of voorzanger mag zingen, houden mij gaande”

“Als zingen je grootste hobby en bron van (op)leven is, dan heb je een slechte tijd achter de rug, dat kan ik uit eigen ervaring zeggen.” Aan het woord is Pastor Wilna Wierenga (Lichtkring). “In de eerste week van coronatijd was er naast de schrik een stroom van e-mails met berichten dat koorrepetities, concerten en workshops niet doorgingen. Eerst voor de eerste maand, maar dat werd al snel tot na de zomer en verder. Als zanger, cantor en voorzanger had ik veel weg te strepen in mijn agenda. Naarmate de weken voortschreden werd mij duidelijk hoeveel zingen en muziek voor mij betekent in het werkzame, maar vooral ook in mijn sociale leven. Zingen in diverse koren en kerken, het plezier van de repetities en concerten en dan na afloop het café in. Ook de musical ‘Judas’, wat ik nog nooit gedaan had, werd afgelast. En de reis naar Schotland om een week te zingen in de Kathedraal aldaar, was onhaalbaar. Bij tijd en wijle was ik boos en somber, ook omdat de berichtgeving rond zingen zo negatief is: een hoog besmettingsrisico, ik kon het bijna niet geloven. De eerste weken draaide ik nog veel cd’s met liederen die ik graag zong, maar naarmate de tijd voortschreed, werd dit te moeilijk. Het riep zoveel emotie van gemis en heimwee op, dat was niet helpend. Nu luister ik naar de radio, die bepaalt de keuze van de muziek om mij heen. Ik leef op herinneringen aan zingen en hoop dat gauw weer te mogen doen. De enkele momenten waarop ik als voorganger of voorzanger mag zingen, houden mij gaande. En ik bid dat de Ene mij vergeeft dat ik het in deze tijd moeilijk vind om de lofzang gaande te houden.

“Voor iedereen voor wie het ‘kerk zijn’ van belang is, is de Covid-19 crisis een enorme stoorzender,” verwoordt kerkorganist Ad Hesseling zijn gevoelens. “Als je dan ook nog van muziek c.q. kerkmuziek houdt, doet het extra pijn. Zingen kan gevaar opleveren. Anderhalve meter is en blijft een uitdaging, het laatste wat je wilt, is het 8 uurjournaal halen met het nieuws dat ‘jouw kerk’ een superverspreider van het virus is geweest. Als organist kun je gelukkig iets doen om het leed te verzachten. In de Oudshoornse Kerk lezen we de liederen mee met het spelen ervan door de organist. Als amateurorganist ervaar ik dat als enigszins stressvol, en wel hierom: als iedereen meezingt, doet een wat ongelukkige harmonie of foute noot niet zoveel pijn. Maar als je de coupletten speelt zonder gemeentezang, horen de luisteraars iedere onwelgevalligheid. Bij mij heeft deze omstandigheid zich vertaald naar de uitdaging om de voorbereiding van iedere kerkdienst nóg serieuzer te nemen: een paar keer per week naar de kerk om de speelvaardigheid omhoog te brengen; nieuwe stukken oppakken om jezelf naar een hoger niveau te tillen; oefenen in improvisatie en harmonie. En ook: luisteren naar andere organisten. Op YouTube zijn talloze lichtende voorbeelden te vinden waar je veel van kunt opsteken. Nu maar hopen dat het werkt. Dat de bijdrage die je levert aan de zondagse kerkdienst, een rouwdienst of soms gelukkig nog een trouwdienst, van een niveau mag zijn waar mensen enige troost uit kunnen putten. Het laat barokke Oudshoornse Hess-orgel bevat een groot aantal mogelijkheden om allerlei verschillende klanken en klankkleuren te kunnen laten horen. Ik geniet er zelf steeds meer van en hoop oprecht dat dit ook het geval is bij iedereen die met ons meeluistert!”

Marieke Roggeveen