Een politiek geladen kerkdienst die maar doorgaat in de Bethelkapel in Den Haag

In de Bethelkapel in Den Haag is een kerkdienst gaande die nu (d.d. 28 november) al zo’n 750 uur onafgebroken doorgaat. Boven de kerkzaal verblijft een gezin uit Armenië. Die doorlopende dienst zorgt ervoor dat de Protestantse Kerk Den Haag kerkasiel verleent aan de familie, die al negen jaar in Nederland woont, twee keer toestemming kreeg van de rechter om hier te blijven en – na het laatste hoger beroep door de Nederlandse staat – toch weg moet. Ook voor het kinderpardon zijn ze afgewezen. De kerkelijke gemeenschap in Den Haag begrijpt niets van dit besluit en heeft besloten dat het gezin in de kerk mag verblijven. Daarbij vertrouwt de kerk erop dat zolang daar een kerkdienst gaande is, het gezin niet zal worden opgepakt. Een formeel recht op ‘kerkasiel’ kent Nederland niet, maar de kerk beroept zich op de wet die zegt dat de autoriteiten ‘in de ruimte bestemd voor godsdienstoefeningen’ (buiten het geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit) tijdens de godsdienstoefening niet mogen binnentreden.

Ds. Marijke Kwant:
“De liederen en de gebeden,
ze vielen daar als het ware op hun plek,
omdat het daar moest gebeuren.”

Velen geven gehoor aan de vraag om mee te doen in deze kerkdienst. Ook drie Alphense predikanten. Deze kerkdienst is met veel vragen omgeven en doet de gemoederen hoog oplopen. Ook bij de schrijvers van Kerken rond Rijn en Gouwe. In dit artikel bespreken we het dilemma. De betrokken Alphense predikanten vertellen u iets van hun ervaring. Een jurist heeft met dit artikel meegelezen, om de perspectieven mee te wegen.

Onderliggende vragen

Twee centrale hoofdvragen komen in de discussie steeds terug.

1. Mag een kerk protesteren tegen het besluit van de overheid? En in opstand te komen tegen het rechterlijk oordeel? Of ‘ondergraaft dit het vertrouwen in de democratische rechtsstaat’?

2. Mag je een kerkdienst gebruiken voor een politiek doel?

Sommigen geven een duidelijk ‘nee’ op deze vragen. Anderen een duidelijk ‘ja’.  Velen weten het niet precies. Weer anderen beantwoorden de ene vraag met ja de andere met nee. Het is ‘met recht’ een dilemma.

1. Mag je als kerk protesteren?

De overheid heeft haar eigen taak evenals de rechterlijke macht. Voordat een definitief ‘nee’ klinkt heeft iemand er al een heel traject opzitten. In asielzaken begint die met een beslissing van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst, vallend onder de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie) waarbij een verblijfsvergunning wordt geweigerd. Na een bezwaarprocedure bij de IND leidt dit vaak tot de rechtsgang bij de bestuursrechter (bij de rechtbank en in hoger beroep bij de Raad van State). Soms wordt ook een kort geding gevoerd tegen een dreigende uitzetting. Het veilige uitgangspunt is voor kerken vaak het volgende: “Wij zien om naar asielzoekers en hoeven gelukkig het oordeel niet te vellen of iemand wel of niet mag blijven.” Dat geeft ruimte. Maar wat als je als kerk de indruk krijgt dat het oordeel dat geveld wordt, niet deugt? Dat het geloofsverhaal van iemand niet serieus wordt genomen. Dat het verschil tussen islam en christendom wordt gebagatelliseerd, zo van: je had toch ook Moslim kunnen blijven. Of wat als het proces onbarmhartig lang duurt? Mag je tegen de overheid in opstand komen? Vanuit scheiding van kerk en staat zeggen sommigen ‘nee’, al dan niet met een beroep op Romeinen 13, waar staat dat iedereen het gezag van de overheid moet erkennen. Anderen zeggen dat het juist de taak van kerken is om de waarden en normen achter de rechtsregels steeds weer te bevragen.

Daarbij is de overheid ook niet onfeilbaar en soms inconsequent. De gemaakte uitzondering zet de regel vaak onder druk. In een rechtsstaat moeten we de waarde van de wet overeind houden, om chaos te voorkomen. Maar het vreemdelingenrecht is een weerbarstig terrein, er is gevoeligheid voor de publieke opinie, voor de schrijnende situatie. Als burgers voor een gezin opkomen, voor dat ene kind, kan dat ertoe leiden dat de uitzondering wordt gemaakt, waar vergelijkbare anderen dat voordeel mislopen. Dat voelt niet altijd eerlijk. Zoals niet voor mensen opkomen niet altijd barmhartig voelt.

2. Mag je een kerkdienst aanwenden voor een politiek getint doel?

‘Nee’ zeggen sommigen. Een kerkdienst is er ter ere van God, heeft geen functioneel doel, en is geen middel om iets te bewerkstelligen. Het is de geloofsgemeenschap die samen komt, om niet.  Liturgie kun je niet plaatsen in de categorie ‘goede werken’.

‘Ja’ zeggen anderen. Wij hebben de kerkdienst gereduceerd tot 1 à 2 uur op de zondag, maar het gaat in de liturgie om de wijze van leven. Een continue dienst bepaalt ons bij het koninkrijk van God en de daar bijhorende levensstijl. In de liturgie wordt het leven van alledag betrokken op God. En dat gaat niet aan politiek gevoelige thema’s voorbij.

Ervaringen in Den Haag

Ds. Marijke Kwant en ds. Meindert Burema vertellen wat de dienst voor hen heeft betekend.

Marijke Kwant:

Vaak beëindigen wij onze zondagse dienst in de Oudshoornse Kerk met de woorden dat “onze dienst hier in de kerk nu eindigt en dat onze dienst in de samenleving nu begint.” Dat we dit tegen elkaar zeggen komt voort uit de overtuiging dat geloof alles te maken heeft met hoe we leven, op zondag en op alle dagen van de week. De overtuiging dat we altijd moeten blijven zoeken naar recht en gerechtigheid en blijven werken aan de komst van het koninkrijk van God. Met dit in het achterhoofd wilde ik ook een steentje bijdragen aan de 24-uurs diensten die in Bethel in Den Haag worden gehouden. Vandaar dat ik op zaterdag 17 november met echtgenoot Hans naar Den Haag ging. Ik had een dienst meegenomen die ik ook al eens in Alphen aan den Rijn had gehouden. Het ging over het verhaal van de genezing door Jezus van een man met een boze geest en over hoe Jezus sprak met gezag. Uit dit verhaal  was naar voren gekomen dat we één leven hebben en niet een leven voor de zondag en een ander leven voor door de week. Eveneens dat het belangrijkste in ons leven het doen van medemenselijkheid zou moeten zijn. Wat me trof tijdens deze dienst in Bethel, was dat de inhoud een heel andere lading kreeg op die plek, dan wanneer je op zondag in een kerk deze zelfde boodschap brengt. Het kwam ontzettend dichtbij. Alsof het op dat moment handen en voeten kreeg.

Hetzelfde gold voor de liederen en de gebeden. Ze vielen daar als het ware op hun plek, omdat het daar moest gebeuren. Dat we in het begin met vier personen aanwezig waren, maakt dan eigenlijk niets uit. De zaterdag erna zijn we weer gegaan en toen hadden we een juten tas bij ons, waarin we altijd eten meenemen in de auto.

Het was een tas van de musical Soldaat van Oranje, waarop een tekst staat van Erik Hazelhoff Roelfzema: “In het leven van ieder mens komen ogenblikken voor waarop hij tot zichzelf zegt: ‘Tja, dat kan niet’. En dan doet hij iets.” Deze zin geeft precies aan waarom wij naar Den Haag zijn gegaan.

Meindert Burema:

Nadenkend over zoveel meningen over het Haagse kerkasiel kom ik een gedachte tegen van de Amerikaanse schrijfster Anne Lamott: ‘Hoop begint in de duisternis, de koppige hoop dat als je eenvoudig opdaagt en het juiste probeert te doen, de dageraad zal aanbreken. Je wacht en kijkt en werkt; je geeft niet op….’

Zoiets wordt je zo maar in de schoot geworpen en het verwoordt waarom ik op vrijdag 16 november samen met Herma een dienst heb geleid in de Bethelkapel in Den Haag. Twee vieringen in de late nacht. Het deed me sterk denken aan de nachtwakes die we in de Bron houden na de viering op Goede Vrijdag. Select publiek en een serene sfeer. Maar de wetenschap dat er een verdieping hoger dat Armeense gezin ligt te slapen? Het raakt ons tot op het bot. Wat we zeggen en verkondigen en zingen? Op geen enkele manier vrijblijvend. Zo laten we als kerk een tegenstem horen en daartoe weten we ons geroepen. En met dit gezin denken we aan, en bidden we voor veel andere vluchtelingen die in ellenlange procedures verstrikt zijn geraakt. Wie bindt de kat de bel aan? En, al is het bijzaak, ik ben trots op de PKN. In elk geval hebben ze het voortouw willen nemen. Zijn ze ook in gesprek met politieke partijen in de Tweede Kamer over onder meer de uitvoering van het ‘kinderpardon’. En ik ben blij met die 400 collega’s uit het hele land die zich inmiddels voor deze dienst hebben ingezet. De musici, de koren ’Om niet’. Hoopvol teken aan de wand waar het gaat om humaniteit.