Ik weet niet of je dat herkent, maar ik word regelmatig uitgenodigd om zitting te nemen in een jury. En ik ga er eigenlijk ook altijd op in. Ik bedoel, het kost weinig moeite, je hoeft er de deur niet voor uit. Het enige wat je nodig hebt is een televisie, een smartphone om je oordeel door te appen en een beetje onderscheidingsvermogen.

Bovendien, jureren kun je leren, je hebt het zo onder de knie. Door goed te kijken bijvoorbeeld naar hoe anderen het doen. Hoe mensen in een vakjury een oordeel vellen over de zangkwaliteiten van iemand, of over de danskwaliteiten van iemand, of over de kookkwaliteiten van iemand, of over iemands geschiktheid als toekomstig boerin, of als toekomstig volkszanger of als toekomstig drager van een donornier- of hart. Ik bedoel: per week zijn er leermomenten genoeg.

Persoonlijk vind ik het trouwens pas echt interessant worden als er een oordeel moet worden geveld over iemands ‘zijn’, zowel innerlijk als uiterlijk. Zo zag ik laatst een programma uit Amerika, waarin een vrouw achter een spiegelglazen wand op een stoel zat, tegenover een jury. En die jury, pen en papier in de hand, ging haar beoordelen. En daar hoefde ze niet voor te zingen, daar hoefde ze niet voor te dansen, daar hoefde ze niet voor te koken. Nee, ze hoefde alleen maar op een stoel te zitten en zo werd ze beoordeeld: als een vrouw op een stoel. Uit het juryrapport bleek uiteindelijk dat het op meerdere vlakken grondig mis was met deze vrouw. En het mooie was dat precies díe dingen werden aangewezen, die mij ook al waren opgevallen. Haar ‘karakterloosheid’ bijvoorbeeld, en haar gebrek aan assertiviteit.

Wat ik ook interessant vind, zijn die programma’s, waarin mensen midden in het winkelcentrum op een schavot wordt gehesen om te worden beoordeeld op hun leeftijd of op hun gewicht of op hun psychische gezondheid. Ik zie per aflevering sneller wie de metamorfose in moet en ook wát er dan aan iemand veranderd moet worden. Wie er een nieuw kapsel nodig heeft of wittere tanden en dat soort dingen. Maar ook bij wie de hele persoonlijkheid moet worden aangepakt.

Kijk, en dat illustreert meteen de snelheid waarmee je vorderingen maakt in het oordelen. Hoe vaker je naar dat soort programma’s kijkt, hoe beter je erin wordt. En daar doe je in het dagelijks leven ook echt je voordeel mee. Ik bedoel, ik merk dat ik die jurerende blik tegenwoordig altijd bij me heb. Reuzehandig, want ik hoef maar iemand op straat te passeren en ik zie het gelijk. In één oogopslag. Wat je aan iemand hebt. Of iemand authentiek is, of iemand echt of onecht is. Waar iemands kwaliteiten liggen en dus ook waar iemand nog winst kan pakken. Echt, ik zie het gelijk. En dan schrijf ik pijlsnel een denkbeeldig juryrapport. En dat zet zich dan vast in mij. Dat weet ik het, dan weet ik voor eens en altijd, wat ik aan iemand heb. Bijzonder eigenlijk, hoe dat werkt.

Nu zat ik zondag in de kerk en daar hoorde ik dat je dat niet moet doen. De ander oordelen. Omdat jouw oordeel over een ander als een boemerang op jezelf zou terugslaan en dat soort dingen. Maar ik weet nog niet zo goed wat ik dáár nou weer van moet vinden. Ik bedoel, dat zou ergens het einde betekenen van mijn hele manier van kijken en denken natuurlijk. ‘Niet oordelen…’ Nee, daar ben ik nog niet over uit, ik ben genoodzaakt om mijn oordeel over zo’n uitspraak op te schorten. Bovendien, ik heb er helemaal geen nummer bij gekregen, dus ik kan het blijkbaar helemaal niet door-appen, en als je je oordeel niet kunt door-appen, dan hoef je het ook helemaal niet te hebben. Toch?

Jasper de Koning