Meer dan een miljoen Nederlanders voelt zich sterk eenzaam. Bij eenzaamheid voelen mensen het gemis van verbondenheid met anderen. In de Week tegen Eenzaamheid, van 27 september tot en met 6 oktober, vraagt de stichting Kom Erbij aandacht voor dit probleem. Ze roepen ons op om activiteiten te organiseren en tegen andere mensen te zeggen: kom erbij! Want eenzaamheid aanpakken begint met het leggen van contact. De redactie van Kerken rond Rijn & Gouwe grijpt deze week aan om aandachtscentrum Het Open Venster in de spotlight te zetten.

Als ik op een zonnige zaterdagmiddag het inloophuis binnenkom, heerst daar vooral rust. Niets wijst erop dat er bezoekers zijn. Als ik hoor dat het Open Venster pas over een uur opengaat, begrijp ik die rust. Ik spreek met bestuursvoorzitter Martin Wijnans en met Wim Kokkelkoren, gedetacheerd vanuit de Binnenvest als groepswerker bij het Open Venster. Hij ondersteunt de vrijwilligers.

Begin

Martin en Wim vertellen dat het inloophuis volgend jaar 30 jaar bestaat, begonnen als een initiatief van de evangelisatiecommissie in de Maranathakerk in Alphen aan den Rijn. Martin: “We wilden als kerk anders naar buiten gaan treden. Een plek creëren waar iedereen welkom was die behoefte had aan een praatje of een luisterend oor. In het begin kregen we nog weinig aanloop, terwijl we wel veel vrijwilligers hadden.” Het ging anders. Wie vooral de weg naar het aandachtscentrum wisten te vinden, waren dak- en thuislozen, verslaafden, mensen met weinig of geen perspectief, zoekend naar een zinvolle invulling van hun dag.

Een bezoeker: “Wat voor mij belangrijk is, is dat ik hier met mensen praat, die ik echt heb leren kennen.”

Wim: “Dak- en thuislozen komen er nog steeds. Ze zijn ook welkom en we helpen waar we kunnen door hen bijvoorbeeld de weg te wijzen naar hulpverlenende instanties. Maar inmiddels maken we ook een verandering door, zowel qua bezoekers als vrijwilligers.”

Openingstijden

Het Open Venster is zeven dagen per week open, van 14.00 tot 17.00 uur. Op dagen waarop er wordt gekookt, blijft het inloophuis open tot 19.00 uur. Iedereen die wil, kan binnenlopen voor een praatje. Wim: “Vaak is er meer met mensen aan de hand als ze ons weten te vinden. Aan wie hier voor het eerst binnenkomt, vragen we wat hem of haar hier brengt. Daar krijg je vaak niet direct antwoord op.” Martin: “Het duurt soms even voordat bezoekers hun verhaal gaan vertellen. Ze moeten het gevoel hebben dat er vertrouwen is. En dat vertrouwen moet groeien. De mensen kunnen hier dus echt op verhaal komen, en doen dat ook. Dat vraagt ook van onze vrijwilligers een bepaalde houding: aandacht hebben voor andere mensen, kunnen luisteren en niet direct met je eigen verhaal klaarstaan, want daar zitten onze bezoekers helemaal niet op te wachten. Sterker nog, de kans is aanwezig dat ze dan zelfs niet meer terugkomen.”

‘Consumer run’

De veranderingen waar Wim over sprak, hangen samen met de invoering van de Participatiewet. De gemeente – de belangrijkste subsidieverstrekker – liet twee jaar geleden aan het bestuur weten dat bezoekers meer zouden moeten gaan participeren in de organisatie (‘consumer run’). De vraag werd dus: hoe kun je van bezoekers ‘participanten’ maken? Wim: “Wat tot dan toe gebeurde, was dat bezoekers zo konden binnenlopen en niets hoefden. Ze werden min of meer ‘gepamperd’.” Martin: “Het was voor sommige vrijwilligers best lastig, die veranderende taak, van verzorger naar ‘begeleider’. Een aantal van hen heeft in de afgelopen jaren dan ook afscheid van ons genomen. We zijn teruggegaan van 50 naar 25 vrijwilligers.”

Martin Wijnans: “Mensen hebben mensen nodig! Daarom is het Open Venster er.”

Activiteiten

Op mijn vraag aan Martin en Wim welke activiteiten er zoal plaatsvinden en hoe bezoekers daarin participeren, zeggen ze: “Bezoekers en vrijwilligers koken vier keer per week, met onder andere groente uit de eigen moestuin; er is één keer per twee weken het Hemels Uurtje, een praatuurtje over onderwerpen die te maken hebben met zingeving. Bezoekers kunnen een maatschappelijk werker spreken, die in het Open Venster ‘spreekuur’ houdt in een eigen ruimte. Maar iedereen die dat wil, mag binnenlopen voor een spelletje of om te poolen, te lezen of een praatje te maken. Ook is er sinds kort een bewegingsclub. Wij zeggen steeds: ‘niets moet, veel mag’. En nieuwe ideeën en initiatieven zijn altijd welkom. Om deze activiteiten te blijven doen, zijn wel meer vrijwilligers nodig dan we nu hebben.”

Verbouwing

Wim: “Gemiddeld schuiven er per keer zo’n twintig mensen aan voor de warme maaltijd in het Open Venster. Bezoekers moeten zich vooraf inschrijven en aan de wand rond de bar hangen de menu’s. Zo is het voor iedereen duidelijk wat er op welke dag wordt gegeten.”

Martin (glimlachend): “Een van onze beroepskrachten is Josephine. Een bijzondere vrouw, die vier dagen per week de maaltijden coördineert. Samen met een vrijwilliger en een bezoeker begint zij vroeg in de middag met de voorbereidingen; daarna doen ze samen boodschappen en wordt er gekookt. Ook andere bezoekers worden daarbij betrokken. Die vinden dat leuk, want het heeft zin waar ze mee bezig zijn.” Ik geloof het direct, als ik zie hoe enkele bezoekers met plezier en ijver een grote hoeveelheid aardappels schillen voor de maaltijd van die avond.

Het aantal mensen dat in de loop der tijd is gaan mee-eten, is gegroeid. Werden er eerst nog alleen diepvriesmaaltijden geserveerd, nu staat er steeds vaker vers op tafel. De huidige keuken is echter niet berekend en ingesteld op het bereiden van verse maaltijden voor 20 mensen, vier keer per week. De medewerkers van het Open Venster zijn dan ook heel blij met de donatie van de Zomerdienst aan het Meer. En met de spinoff. Er is nu geld voor een nieuwe keuken en een nieuwe bar, en ook de huiskamer wordt geverfd. Martin: “Bezoekers kunnen meehelpen, als ze dat willen. In oktober gaan we verbouwen, dit pand is dan drie weken dicht.”

De drempel

Een afname van het aantal vrijwilligers en een toename van de activiteiten. Dit wringt. Wim: “We kijken inderdaad uit naar nieuwe vrijwilligers, voor de kookgroep bijvoorbeeld. Ik wil benadrukken dat zij begeleid, opgeleid en ondersteund worden. ” Is er niet een drempel om binnen te komen? Immers, de mensen om wie het hier gaat, worden vaak met de nek aangekeken als ze op straat lopen. Uitgekotst door de samenleving, omdat ze niet in het plaatje passen van de doorsneeburger. Martin: “Tegen mensen die wel zouden willen komen maar schroom voelen om zich aan te melden als vrijwilliger, zouden wij willen zeggen: ‘Kom gewoon eens langs. U zult ervaren dat onze bezoekers gewone mensen zijn, met een eigen verhaal. Die graag contact maken, als je hun maar het gevoel geeft dat je naar hen luistert en als medemens ziet.’”

En inderdaad. Als na het interview de bezoekers binnenkomen, heb ik snel contact met Cor Hakkert. Ik ken hem wel, van de straat. Ons gesprekje over zijn contacten in het inloophuis echoot nog dagen door mijn hoofd.

Marina Kapteyn