Verklaring van de Protestantse Kerk in Nederland aan de Joodse gemeenschap in Nederland, over de rol van de kerken voor in en na de Tweede Wereldoorlog

Zondag 8 november jl. is de ‘Kristallnacht’ herdacht tijdens een bijeenkomst in de Rav Aron Shuster-synagoge in Amsterdam. Tijdens deze bijeenkomst heeft dr. R. de Reuver (scriba) namens de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) de brochure ‘Erkenning en verantwoordelijkheid’ aangeboden. In deze brochure erkent de PKN dat het een schuld heeft jegens het Joodse volk. Theologisch en in de praktijk voor, in en na de Tweede Wereldoorlog. Als synodelid heb ik een avondlang tijdens een digitale meeting over dit onderwerp en deze verklaring meegedacht. 

Theologisch

Heel lang huldigde de kerk het standpunt dat de Joden alle antisemitisme aan zichzelf te wijten hebben. Ook de voorlopers van de PKN hebben dit tot aan de Tweede Wereldoorlog verkondigd, op grond van Matheus 27:25. De Joden hebben Jezus vermoord en de gevolgen waren dan ook voor hun rekening. Deze theologische zienswijze, met name verwoord door de reformator Maarten Luther, is pas na de Tweede Wereldoorlog herzien. Toen pas hebben de voorlopers van de PKN een onopgeefbare verbondenheid met Israël uitgesproken. Dit is nu ook opgenomen in onze kerkorde: Israël is de eerste door het verbond en wij zijn aangehecht door het kruis van Christus.

Praktijk

Voor de oorlog hebben de kerken nauwelijks geprotesteerd tegen het terugsturen van Joodse vluchtelingen naar Duitsland. Ook voor het grote gevaar van het nationaalsocialisme was nauwelijks aandacht. Uitzonderingen hierop waren bijvoorbeeld ds. Buskes, ds. A. van den Bosch en ds. Schilder. De top van de kerk zweeg. In de oorlog: de brochure stelt hier “Ook in de oorlogsjaren zelf heeft het de kerkelijke instanties veelal aan moed ontbroken om voor de Joodse inwoners van ons land positie te kiezen.” Veel kinderen van verzetsstrijders zijn niet gelukkig met deze zin en voelen zich er beledigd en verdrietig door. Het moderamen en de synode van de PKN hebben dat nu ook erkend en zullen op korte termijn met hen in gesprek gaan. In de toelichting staat echter: “De kerken in Nederland protesteerden vaker en duidelijker tegen de Jodenvervolging dan de Nederlandse overheid in Londen.” Ook wordt het verzet in lokale kerken genoemd. De eerste zin had minder scherp gesteld moeten worden en doet de geschiedenis mijn inziens geen recht. Onder andere de voormannen ds. Gravemeijer (Nederlands Hervormde Kerk) en dr. Donner (Gereformeerde Kerk in Nederland) hebben wel degelijk hun stem laten horen. 

De toelichting geeft ook een ander beeld dan de verklaring. Daar wordt wel gewezen op het vele verzetswerk dat door de kerken is gedaan. Na de oorlog trachtten vele kerkleden Joodse kinderen die bij hen ondergedoken waren geweest, niet terug te laten keren naar de Joodse gemeenschap als ze geen ouders meer hadden. Ook werd er geen standpunt ingenomen over de vele Joden die teruggekeerd uit de kampen niet hun bezittingen en hun huizen terugkregen en nog allerlei belastingen moesten betalen.

Met deze verklaring heeft de Protestantse Kerk in Nederland getracht schuld te belijden, maar het roept ook weer veel onbeantwoorde vragen op. Wilt u verder doorlezen over dit onderwerp, dan verwijs ik u naar de site van de PKN, www.pkn.nl. Hier is ook de brochure ‘Erkenning en verantwoordelijkheid’ te downloaden, met daarin de tekst van de verklaring.

Rens van Doeselaar,
synodelid
lid van de redactie van Kerken rond Rijn & Gouwe