400 jaar geleden was er in ons landje iets bijzonders aan de hand. In november 1618 kwamen in Dordrecht meer dan honderd calvinistische predikanten, hoogleraren en politici uit Groot-Brittannië, Zwitserland, de Duitse gebieden en uit de
Republiek samen. Deze vergadering is de geschiedenis ingegaan als de ‘Dordtse synode’, waar de opdracht werd gegeven tot het maken van de Statenvertaling. Wat ging hieraan vooraf?

In de Nederlanden was van 1568 tot 1648 een bloedige strijd gaande tegen de Spaanse overheersing: de Tachtigjarige Oorlog. Deze oorlog heeft ook een periode van 12 jaar betrekkelijke rust gekend. Want van 1609 tot 1621 besluiten de Nederlanden en Spanje namelijk de wapens neer te leggen. Door dit Twaalfjarig Bestand verandert echter de aandacht voor het voeren van oorlog met Spanje naar de politieke en religieuze conflicten in de Nederlanden zelf.

De politiek werd toen verscheurd door discussies over de positie van de kerk binnen de staat en over de vraag of de oorlog met Spanje moest worden hervat. Raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt en stadhouder Maurits stonden hierin lijnrecht tegenover elkaar. Van Oldenbarnevelt was voor vrede, maar Maurits was faliekant tegen. De oorlog gaf hem meer macht. Ook op religieus gebied waren er twee kampen: de remonstranten (de rekkelijken) en contraremonstranten (de preciezen). Van Oldenbarnevelt sloot zich aan bij de remonstranten, Maurits bij de contraremonstranten. De spanningen tussen de 2 kampen liepen flink op.

In 1618 komt er dan een einde aan het politieke conflict. Stadhouder Maurits, inmiddels prins van Oranje, laat Van Oldenbarnevelt arresteren wegens landverraad. In 1619 wordt hij ter dood veroordeeld.

De Staten-Generaal, het hoogste college van de Republiek, geven vervolgens opdracht tot het houden van een Synode om te beslissen over het theologisch conflict tussen de remonstranten en de contraremonstranten. De Synode moest zo duidelijkheid brengen over de toekomst van de kerk in de Republiek der Nederlanden.

Afgevaardigden van de Staten-Generaal hielden vanuit politiek oogpunt in de gaten of het goed verliep. Zeven maanden lang werd er in Dordrecht vergaderd. De eerste zitting was
13 november 1618. Er volgden daarna nog zo’n 180 zittingen. De oplossing na afloop was niet fraai te noemen; de remonstranten werden uit de vergadering gezet. Waaruit de Remonstrantse Broederschap is voortgekomen.

De andere uitkomsten van de Dordtse Synode waren: de formulering van de Dordtse Leerregels en de opdracht tot een nieuwe vertaling van de Bijbel: de Statenvertaling. De Statenvertaling of Statenbijbel zou de eerste officiële Nederlandstalige Bijbelvertaling worden, rechtstreeks vertaald vanuit de oorspronkelijke talen Hebreeuws, Aramees en Grieks, naar het Nederlands.

Voor een deel van de Nederlanders anno 2018 leveren deze geschriften wel eens een gefronst voorhoofd op. Het past hen niet meer. Maar ondanks dat, is het toch interessant en boeiend om er eens bij stil te staan hoeveel invloed die Dordtse Synode, 400 jaar geleden, heeft gehad op onze geschiedenis, op onze taal en op onze gezamenlijke normen en waarden, tot op de dag van vandaag.

Henrietta van Gosliga